Arcen, 3 Juni 2026
René Oudeweg: Theo, laten we beginnen met de vraag die iedere interviewer stelt en waar iedere romancier een hekel aan heeft. Hoe autobiografisch is Prompt voor een verdwenen man?
Theo van Raven: Volledig autobiografisch en volledig verzonnen, wat uiteindelijk hetzelfde is. De moderne roman leeft in een gebied waar herinnering, interpretatie en fictie voortdurend door elkaar lopen. De hoofdpersoon woont boven een reisbureau in Venlo, worstelt met slapeloosheid, heeft een verleden in de academische wereld en raakt geobsedeerd door AI. Natuurlijk herkennen mensen daar elementen van mijn leven in. Maar zodra je een ervaring opschrijft, begint zij al te veranderen. Herinneringen zijn geen archieven; het zijn redactiekamers. Wat mij interesseert is niet de feitelijke waarheid, maar de psychologische waarheid. Niet wat er gebeurd is, maar wat er overblijft wanneer de feiten vervagen.
René Oudeweg: De roman speelt zich nadrukkelijk af in Venlo. Waarom juist Venlo?
Theo van Raven: Omdat Venlo een onderschatte metafoor is voor Europa. Mensen denken bij Venlo aan kooptoerisme, Duitsland, logistiek, distributiecentra en verkeersknooppunten. Maar precies daarin schuilt haar betekenis. Venlo is een stad die voortdurend onderweg lijkt naar iets anders. Pakketten komen er binnen en vertrekken weer. Vrachtwagens rijden dag en nacht. Mensen passeren. Arbeidsmigranten komen en gaan. Het is een plek waar circulatie belangrijker is geworden dan aanwezigheid. Dat fascineert mij. De stad is tegelijkertijd provinciaal en mondiaal. Ze ligt aan de rand van Nederland en midden in Europa.
René Oudeweg: Op meerdere plaatsen schrijf je dat logistiek de ware metafysica van onze tijd is. Wat bedoel je daarmee?
Theo van Raven: Religie probeerde vroeger de vraag te beantwoorden hoe alles met elkaar verbonden was. Tegenwoordig doet distributie dat. Kijk om je heen: voedsel, data, energie, pakketjes, migratie, kapitaal. Alles draait om stromen. Wij leven niet langer in een cultuur van plaatsen, maar van netwerken. De roman suggereert dat onze beschaving niet wordt bestuurd door ideeën, maar door infrastructuur. Dat klinkt misschien cynisch, maar ik denk dat het grotendeels waar is.
René Oudeweg: De hoofdpersoon lijdt aan ernstige slapeloosheid. Waarom speelt slapeloosheid zo'n centrale rol?
Theo van Raven: Omdat slapeloosheid een filosofische toestand is. Overdag functioneren wij binnen sociale scripts. 's Nachts vallen die weg. De nacht is eerlijker dan de dag. Wanneer je maandenlang slecht slaapt, begin je patronen te zien die anderen missen. Soms zijn dat echte patronen. Soms zijn het wanen. Het probleem is dat je het onderscheid steeds moeilijker kunt maken. Slapeloosheid vormt daarom een ideale toegangspoort tot existentiële vragen.
René Oudeweg: De roman bevat lange beschouwingen over kunstmatige intelligentie. Is het een boek over AI?
Theo van Raven: Nee. Het is een boek over eenzaamheid. AI is slechts het decor. Veel mensen denken dat de opkomst van AI vooral een technologisch verhaal is. Ik denk dat het een emotioneel verhaal is. De vraag is niet of machines kunnen denken. De vraag is waarom miljoenen mensen verlangen naar een machine die naar hen luistert. Dat zegt uiteindelijk meer over ons dan over de technologie.
René Oudeweg: De hoofdpersoon lijkt soms verliefd te worden op de aandacht van de machine.
Theo van Raven: Omdat aandacht schaars is geworden. Iedereen zendt. Niemand luistert. Een taalmodel is oneindig geduldig. Het wordt niet moe van je obsessies. Het onderbreekt je niet. Het kijkt niet op zijn telefoon. Dat maakt het aantrekkelijk. Niet omdat het menselijk is, maar omdat veel menselijke relaties steeds minder aandachtig zijn geworden.
René Oudeweg: Er lopen opvallend veel intellectuelen rond in deze roman. Academici, essayisten, uitgevers. Neem je afscheid van een wereld waarin je zelf jarenlang verkeerde?
Theo van Raven: Misschien. Ik heb altijd gehouden van ideeën. Maar ik ben sceptischer geworden over intellectuele milieus. Veel intellectuelen produceren analyses over de crisis van de cultuur terwijl ze tegelijkertijd onderdeel zijn van dezelfde culturele machine. Dat geldt overigens ook voor mijzelf. Het boek is geen afrekening. Het is eerder een autopsie.
René Oudeweg: De roman is soms hilarisch en dan weer buitengewoon donker.
Theo van Raven: Dat is omdat humor en wanhoop familie van elkaar zijn. Wie lang genoeg naar de absurditeiten van de moderne wereld kijkt, kan twee dingen doen: lachen of instorten. De meeste schrijvers combineren beide.
René Oudeweg: Je schrijft opvallend kritisch over Nederland.
Theo van Raven: Omdat ik er woon. Liefde uit zich vaak als irritatie. Nederland is een fascinerend land. Efficiënt, georganiseerd, rationeel. Maar tegelijkertijd heeft het een diep wantrouwen tegenover stilte, ambiguïteit en tragiek. Alles moet praktisch zijn. Zelfs verdriet wordt hier vaak gemanaged.
René Oudeweg: De titel is intrigerend. Wie is die verdwenen man?
Theo van Raven: Dat mag de lezer zelf bepalen. Misschien is het de hoofdpersoon. Misschien de auteur. Misschien de moderne mens. Misschien verdwijnt niemand letterlijk. Misschien verdwijnen alleen bepaalde ideeën over wat een mens is.
René Oudeweg: Je uitgever brengt het boek uit via print-on-demand. Is dat een bewuste keuze?
Theo van Raven: Absoluut. De klassieke uitgeefwereld verkeert in een overgangsfase. Print-on-demand maakt het mogelijk boeken beschikbaar te houden zonder enorme voorraden. Voor een onafhankelijke uitgeverij biedt dat vrijheid. Bovendien past het thematisch bij het boek. Ook literatuur wordt steeds meer onderdeel van distributienetwerken.
René Oudeweg: Ben je bang dat AI ooit schrijvers zal vervangen?
Theo van Raven: Nee. Wel dat schrijvers zichzelf gaan vervangen. Dat is iets anders. De grootste dreiging is niet de machine, maar de verleiding om voorspelbaar te worden. Zodra een schrijver zichzelf begint te herhalen, wordt hij al gedeeltelijk algoritmisch.
René Oudeweg: Wat hoop je dat lezers meenemen uit deze roman?
Theo van Raven: Twijfel. Ik vertrouw boeken die antwoorden geven niet meer zo. Ik hoop dat lezers na afloop denken: misschien begrijp ik mezelf iets minder goed dan ik dacht. Dat lijkt mij een gezonde toestand.
René Oudeweg: Het boek bevat veel verwijzingen naar Benjamin, Cioran, Adorno en andere denkers. Is dit een filosofische roman?
Theo van Raven: Ja en nee. Filosofie verschijnt hier niet als systeem maar als puin. De personages gebruiken ideeën zoals mensen in een storm een muur gebruiken: om zich ergens aan vast te houden. Soms helpt dat. Soms niet.
René Oudeweg: Tot slot. Waarom moeten mensen volgende week Prompt voor een verdwenen man lezen?
Theo van Raven: Omdat het een boek is over de tijd waarin wij leven zonder de lezer te behandelen als consument. Omdat het vragen stelt over technologie zonder technofobie. Omdat het melancholisch is zonder sentimenteel te worden. Omdat het Venlo behandelt alsof het een kruising is tussen Kafka, Sebald en een distributiecentrum. En misschien vooral omdat veel mensen tegenwoordig het gevoel hebben langzaam te verdwijnen in systemen die zij niet meer begrijpen. Dit boek probeert die ervaring een stem te geven.
René Oudeweg: En ben jij inmiddels verdwenen?
Theo van Raven: Nog niet. Maar ik oefen.